De zwerm meeuwen werd groter en groter. Dat kwam vooral omdat papa net de zak met overgebleven brood van het ontbijt had opengemaakt. Die beesten wisten daardoor natuurlijk meteen hoe laat het was. Het uitzicht op het steeds kleiner wordende eiland werd, vanaf het achterdek waar ze samen stonden, bijna volledig weggenomen door de krijsende horde zeevogels. Hij kreeg het korstje van papa, brak het in kleinere stukjes en hield ze stevig in zijn linkerhand, terwijl hij met rechts stukje voor stukje de honger van de zwerm probeerde te stillen. Ze bleven maar komen, steeds dichterbij ook.

Wat waren ze groot. Zijn jongere zusje, Marieke, stond naast hem, alleen maar gilletjes slakend géén brood te gooien. En mama –die Bjorn op haar arm had- maar lachen; “gooi maar, ze bijten heus niet”…. Wat een fantastische vakantie hadden ze samen gehad, en wat was ie snel voorbij gegaan. Twee weken hadden ze doorgebracht op Schier. Het was heerlijk weer geweest, zodat ze het hele eiland vanaf fiets konden ontdekken. Willem had de tijd van z’n leven gehad en nu was het alweer bijna voorbij.